•• OPDAT WIJ HET NOOIT VERGETEN. ••

contact

Het bombardement op 't Zand 2 okt '44

Bombardement op 't Zand d.d. 2 oktober 1944

Leenders Witjes1

Gesprek d.d.: 11-02-2011 met: Helena Everdina Mathilda (Lena) Leenders-Witjes
Looveer 9, 6851 AJ Huissen

Geboren: 19-03-1931 te Huissen Overleden te Bemmel 25-01-2019
Gehuwd: 08-05-1956 te Huissen met Wilhelmus Antonius Leenders - overleden:14-03-1989 te Arnhem.

Bombardement op ‘t Zand 2 oktober 1944.

De familie Witjes woonden op het Kampstuk toen in de nacht van 2 oktober 1944 er ontzettend granaatvuur kwam vanaf Bergenden (’t Heuveltje) want daar zaten de Duitsers.
Bij Chris Eerden aan de Bredestraat was een granaat ingeslagen, twee jongens, Corrie en Albert en een meisje, Jonnie, van Eerden kwamen daarbij om het leven. Het was een hele consternatie, ik heb mijn vader (Hent Witjes) nog nooit zo overstuur gezien. Daarna zijn we naar de fam. Evers op ’t Zand gegaan, dat was familie van ons. Pastoor van Wijk van ’t Zand kwam bij ons en die zei dat we beter naar de kelder van de school op ‘t Zand konden gaan. Daar hebben we tot ongeveer 21 oktober gezeten. Het eten werd verzorgd door mijn ouders in de keuken van de fam. Evers. We gingen ook wel eens spelen natuurlijk, maar op een dag had mijn moeder een raar gevoel. We waren aan het spelen op het schoolplein en mijn moeder riep ons naar binnen de kelder weer in.
Het duurde niet lang toen er opeens een ontzettend granaatvuur kwam en precies op de plaats waar wij gespeeld hadden, daar zat de muur vol met granaatscherven. In die periode is ook de familie Bart en Marie ten Westeneind getroffen en om het leven gekomen alleen Paultje heeft het nog overleeft in de kinderwagen.
Op bevel van de Duitse officieren moesten we de kelder uit en weg wezen. Het was zaterdag 21 oktober toen wij weg gingen.

Leenders Witjes2

Arnhem.

Het Rode Kruis stuurde ons naar steenfabriek Meijnerswijk, de brug in Arnhem was al vernield. We hebben daar twee nachten geslapen en we werden door een provisorisch pontje op de maandagnacht overgebracht door de Duitsers. Eerst werden de vrouwen en kinderen en daarna de mannen met de bagage en alles wat ze bij zich hadden overgezet. De Duitsers waren heel behulpzaam, ze hielden elkaar vast aan de kant van de pont zodat wij er niet konden afvallen.
We zijn toen naar het Elisabeth Gasthuis gelopen en daar konden we overnachten.Mijn vader kwam pas laat in de nacht bij ons. Nadat we ’smorgens wat te eten hadden gekregen moesten wij onze spullen weer oppakken en vertrekken. Jan Gerritsen uit de Bredestraat had paard en wagen bij zich en daarop konden wij onze spullen kwijt.

Ede, Veenendaal, Leersum, Doorn.

Toen richting Ede, af en toe mochten de groten op de wagen meerijden, maar het meest van de tijd moest er gelopen worden.Wij waren met een hele ploeg mensen uit Huissen o.a. de fam. van Grunningen, de fam.Wim en Jan Gerritsen, de fam.Thé en Door Bosman-Lentjes, de fam.Rut Berns, de fam. Remie, de fam. Vermeulen die op het Kampstuk woonden, en ook Hent v.d. Laak en zijn vrouw Marie van Jan Baos (Jeurissen) was erbij.
In Ede werden we ondergebracht in een school. Het was een vieze troep, water, vies stroo, het was niet schoon. Daar hebben we ook de luizen opgelopen. Hier zijn we een nacht geweest. ’sAvonds kregen we wederom soep. Het smaakte toen nog redelijk goed want we waren blij dat we wat warms kregen. Via Ede zijn we te voet naar Veenendaal gegaan. Daar hebben we twee nachten in de protestante kerk geslapen. Daarna zijn we richting Leersum gegaan en toen naar Doorn. In Doorn kwamen we terecht op een boerderij. Kapelaan de Kruijf was ook in Doorn en hij heeft voor ons nog een H.Mis opgedragen. Daar zijn we twee nachten geweest.

Jutphaas.

Leenders Witjes3

Op 31 oktober 1944 zijn we in Jutphaas aangekomen. We werden ondergebracht in een school waar we voor het eerst wortelenstamppot kregen. Daarna kregen we de adressen door waar we ondergebracht konden worden.Wij werden opgehaald door de familie Scholman die woonden aan de Utrechtsestraatweg iets voorbij de Nicolaaskerk. We konden met ons hele gezin van zes personen bij de familie Scholman terecht. De eerste nacht hebben de kinderen boven de stallen geslapen, er was nog geen goede slaapplaats indeling gemaakt omdat wij laat aankwamen. De volgende dag werden de slaapplaatsen goed ingedeeld.
Mijn vader en moeder en mijn zus Tilly sliepen boven en hadden een eigen kamer aan de voorkant van het huis en keken zo uit op het kanaal. Mijn twee zusters (Dienie en Willie) en ik sliepen bij de drie dochters van de familie Scholman en dat waren: Dora, Annie, en Jopie.
Wij speelden veel met de kinderen van de familie van de Hurk, die naast ons woonden.      Mijn vader hielp mee op de boerderij. Mijn vader verbouwde ook wel groenten in de tuin bij de familie Scholman, want hij kwam niet voor niets uit Huissen. Sommige groenten kenden ze niet in Jutphaas. Mijn moeder werkte ook mee in de huishouding, vooral moest ze veel aardappels schillen want we waren met een hele troep mensen, het leek wel een kazerne. We waren met zo’n zestien mensen en er waren twee onderduikers, een daarvan kwam uit Den Haag en er kwamen nog mensen uit de buurt eten. Alles kon daar. Af en toe kwamen de zusters van de onderduiker uit Den Haag op de fiets melk, boter enz. halen. Ook kwamen er regelmatig mensen aan de deur om eten te bedelen maar die werden nooit zonder iets weggestuurd.
We hebben niet zoveel last gehad van de Duitsers, wel kwamen er Oostenrijkse soldaten bij ons tijdens een razzia maar daar hadden we geen problemen mee want die moesten voor de Duitsers vechten.
Wat me wel is bijgebleven dat was toen we in de Nicolaaskerk zaten op een zondag dat er in Houten een bombardement was. De hele kerk dreunde en de pastoor, die wat mank liep, rende in paniek het altaar af. In de winter waren de sloten bevroren en we konden schaatsen. Ik was niet zo’n goede schaatser dus ik liep achter een stoel.
Omdat ze bij de familie Scholman ook schapen hadden heb ik daar het spinnen geleerd van Dora. Ik breide veel truien voor de jongens en we lazen ook veel boeken. We konden niet naar school dus we waren blij dat we iets te doen hadden.Leenders Witjes4

Met de kerst zaten we in de goede kamer en we kregen wel iets extra’s te eten.
Ook vergeet ik niet dat er alleen electrisch was tijdens het dorsen. Ook werd er elke avond de rozenkrans gebeden maar ook de litanie van alle heiligen, we moesten dan wel op de knieen zitten. Vader Scholman las de litanie zo vlug dat wij het niet konden bijhouden. Wat wel leuk was dat tijdens het bidden de jongens stiekum een boek zaten te lezen die ze op hun stoel hadden gelegd. Met een lichtje van de petroleum lamp werd er bijgeschenen.
Eind april was er een voedseldropping in Utrecht en wij werden geadviseerd om dan binnen te blijven want als je zo’n pakket op je hoofd kreeg dan kon het wel eens fout aflopen. En dat is ook wel gebeurd wat ik gehoord heb want in Utrecht is iemand overleden die zo nieuwsgierig was en naar buiten ging en zo’n pakket op zijn hoofd heeft gekregen.
Zweeds wittebrood, chocolade , en blikken compleet met vlees en groente met aardappels en blikken biscuits werden toen uitgedeeld. We waren er erg blij mee, vooral de chocolade was erg lekker, want voor onze Tilly was het de eerste keer dat ze chocolade kreeg. Ook het wittebrood was erg lekker in vergelijking met het oorlogsbrood wat we tot dan toe hadden gehad.
Wat we ook wel lekker vonden was de eerste melk van de koe na het kalveren, biest genaamd. Dat kenden we helemaal niet en daarna hebben we dat nooit meer gehad, wat wij wel jammer vonden.

De bevrijding

Op 5 mei 1945 ’s morgens, het was warm weer, gingen we de straat op en mensen riepen: we zijn bevrijd ! We zijn toen een eindje wezen wandelen met o.a. de fam. Rut Berns en overal werden vlaggen uitgehangen
Een domper voor ons was het toen ze van de ondergrondse enkele Duitsers bij het fort hadden neergeschoten. Er werden toen door de Duitsers represailles uitgevoerd. De zoon van de dominee en van bakker Luijten werden gefussilleerd.
Vlak voor het huis waar wij zaten werden de Duitsers ontwapend. Toen de Canadese soldaten kwamen kregen we zeep en ook cigaretten. Mijn vader rookte eigenlijk alleen cigaren maar toen hij de Engelse sigaretten wilde proberen had hij er wel moeite mee, het smaakte niet zo lekker. Toch heeft hij ze wel opgerookt.
Mijn vader en Hent v.d. Laak hadden een fiets gecharterd en zijn voordat we zelf naar Huissen mochten eerst in Huissen wezen kijken. Ze zijn een paar dagen weggebleven en in die tijd hebben ze het e.e.a. opgeruimd en provisorisch ons huis gemaakt. 

Naar Huissen.

15 juni 1945 zijn we door een groenteboer uit Jutphaas naar huis gebracht. We zijn met 10 personen naar huis gegaan. Bij het Rode Kruis konden we spullen halen oa. bedden en dekens.
Wat mij wel opviel dat er veel klaprozen in Huissen stonden en allemaal gaten in de straten.Leenders Witjes5
Ik ben daarna naar de huishoudschool in de Laak gegaan. Voor de evacuatie ben ik naar de Theresia Mulo in Arnhem geweest, maar dat duurde maar twee weken toen konden we de brug niet meer over.
In de huishoudschool lag veel kleding op zolder en dat konden we gebruiken met de naailes. De kleding werd uitgetornd en van een oude jas werd weer een rok gemaakt. Alles was op de bon en we moesten veel dingen van thuis meenemen naar school voor de kookles.
In het begin na de oorlog hebben we nog wel regelmatig contact gehad met de mensen in Jutphaas maar omdat bij ons het geregelde leven ook doorging is dat in de loop van de jaren verwaterd. Wel hebben we goede herinneringen aan de evacuatietijd in Jutphaas en in het bijzonder bij de gastvrije familie Scholman.

Opgemaakt te Huissen:
Hans Hoen en Lena Leenders-Witjes
11 februari 2011

Naar het overzicht